Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA8897

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/3300 TW + 07/1392 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na tegemoetkoming bezwaar

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch betreffende een besluit van het UWV. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant alsnog geheel werd gehonoreerd. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV niet betwistte dat aan appellant was tegemoetgekomen en dat het verzoek tot proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro gegrond was. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten, begroot op in totaal € 644,-, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in zowel beroep als hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 644,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

06/3300 TW
07/1392 TW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 april 2006, 05/3014 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Uitspraakdatum : 14 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.A. Severijn, advocaat te Utrecht, hoger geroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 7 maart 2007 een nieuw besluit genomen. In dat besluit wordt het bezwaar van appellant tegen de beslissing van het Uwv van 12 augustus 2005 alsnog gegrond verklaard.
Bij brief van 13 maart 2007 heeft mr. R.A. Severijn het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat er geheel is tegemoet gekomen aan het bezwaar.
Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- in beroep en € 322,- in hoger beroep voor kosten van verleende rechtsbijstand, in totaal derhalve € 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut in de kosten van appellant tot een bedrag van € 644,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden . De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2007.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.