ECLI:NL:CRVB:2007:BA8897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na tegemoetkoming bezwaar
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch betreffende een besluit van het UWV. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant alsnog geheel werd gehonoreerd. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV niet betwistte dat aan appellant was tegemoetgekomen en dat het verzoek tot proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro gegrond was. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten, begroot op in totaal € 644,-, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in zowel beroep als hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 644,- aan proceskosten aan appellant.