ECLI:NL:CRVB:2007:BA8934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging WAO-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van 17 september 2002 vernietigde, waarin betrokkene geen WAO-uitkering werd toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was, maar dat de arbeidskundige onderbouwing niet voldeed aan de zorgvuldigheids- en motiveringseisen. Met name ontbrak inzicht per functie in signaleringen en overschrijdingen van normaalwaarden en een duidelijke motivering waarom deze de belastbaarheid niet te boven gingen.
In hoger beroep betoogde appellant dat een eerder rapport van een bezwaararbeidsdeskundige voldoende motivering bood, maar de Raad stelde vast dat de noodzakelijke onderbouwing pas in het rapport van maart 2007 per functie inzichtelijk werd gemaakt, wat te laat was voor de rechtbank. Daarom werd het hoger beroep afgewezen, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit konden op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb in stand blijven.
Uitkomst: De vernietiging van het besluit wordt bevestigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.