ECLI:NL:CRVB:2007:BA8941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek bij WAO-herbeoordeling
Betrokkene, geboren in 1959, ontving een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een vijfdejaars herbeoordeling werd zijn arbeidsongeschiktheid teruggebracht naar 15-25%, waarop betrokkene bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat wanneer betrokkene gemotiveerd betwist dat de belastbaarheid juist is vastgesteld en een onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts verzoekt, dit verzoek in beginsel gehonoreerd moet worden. In deze zaak was sprake van psychische klachten die niet waren verbeterd en zelfs waren toegenomen, wat onvoldoende in het onderzoek was betrokken.
De Raad wijst erop dat betrokkene reeds gesprekken had met een psychiatrische instelling en op de wachtlijst stond voor behandeling. Het verzoek om nader medisch onderzoek werd door het UWV niet gehonoreerd, wat onzorgvuldig was. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten en heft het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig en objectief medisch onderzoek in bezwaarprocedures bij WAO-herbeoordelingen, zeker wanneer sprake is van psychische klachten die de arbeidsongeschiktheid beïnvloeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten.