ECLI:NL:CRVB:2007:BA9412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens niet-gebruik CPAP-apparaat
Appellant meldde zich ziek wegens duizeligheid en slaapproblemen en verzocht om een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde deze omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn werk zonder het gebruik van het CPAP-apparaat. De Raad vernietigde eerder een besluit en oordeelde dat appellant zonder CPAP arbeidsongeschikt was.
Het UWV kende alsnog een uitkering toe met een maatregel wegens het niet gebruiken van het apparaat, omdat dit verwijtbaar werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de bijwerkingen van het CPAP-apparaat niet zodanig ernstig zijn dat het gebruik ervan niet redelijkerwijs van appellant kan worden verlangd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat de bijwerkingen niet opwegen tegen de ernst van de aandoening en dat appellant geen medische onderbouwing overlegde die het niet-gebruiken rechtvaardigt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de maatregel wegens het niet gebruiken van het CPAP-apparaat terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond.