ECLI:NL:CRVB:2007:BA9578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over WAZ-uitkering wegens motiveringsgebrek bij vaststelling arbeidsongeschiktheidsdag en grondslag
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin bezwaar tegen de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en de grondslag voor de WAZ-uitkering werd afgewezen. Het UWV had de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair vastgesteld op 1 januari 2000 en de grondslag voor de uitkering op nihil gesteld, gebaseerd op het inkomen in 1999 en de jaren daarvoor.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit een wezenlijk motiveringsgebrek vertoonde, omdat niet duidelijk was waarop de bezwaararbeidsdeskundige haar oordeel baseerde over het verrekenen van verliezen en het positieve inkomen. De Raad stelde vast dat de datum van 1 januari 2000 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet onjuist was, maar dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het inkomen nihil werd gesteld.
De Raad vernietigde daarom zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank Haarlem en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd vanwege een wezenlijk motiveringsgebrek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.