ECLI:NL:CRVB:2007:BA9768
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep bij bijstandsverlening
Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het bezwaar van het college tegen een besluit over bijstand gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. Tegelijkertijd verzocht het college om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak te schorsen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen en dat een toekomstig financieel risico onvoldoende spoedeisend belang vormt. De wet schort het hoger beroep tegen besluiten op grond van de Wet werk en bijstand niet op, waardoor het risico voor rekening van het bijstandsorgaan komt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Deze bijzondere omstandigheden zijn in deze zaak niet gebleken.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak van de rechtbank blijft van kracht en het college dient uitvoering te geven aan het vernietigde besluit op bezwaar. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.