ECLI:NL:CRVB:2007:BA9780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen beperkingen met verschillende ziekteoorzaak
Appellant, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontvangt wegens voetklachten, stelde dat zijn toegenomen rug- en knieklachten voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak als de oorspronkelijke uitkering. Het UWV besloot de uitkering niet te herzien omdat de toegenomen beperkingen volgens medisch onderzoek een andere oorzaak hadden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was genomen en ontbeerde een draagkrachtige medische en arbeidskundige grondslag. Essentiële medische rapporten ontbraken, en de arbeidskundige beoordeling vond te laat plaats.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en beval het UWV een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot niet-herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.