ECLI:NL:CRVB:2007:BA9940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering bij minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds 12 mei 1999 arbeidsongeschikt wegens psychische en lichamelijke klachten. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor spanningsarme werkzaamheden met geringe fysieke belasting. De arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant ongeschikt was voor zijn eigen werk, maar geschikt voor andere functies, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%.
Het UWV weigerde daarom op 10 mei 2000 een WAO-uitkering toe te kennen. Na bezwaar en een aanvullend medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts werd dit besluit op 15 januari 2002 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij een onafhankelijke deskundige, zenuwarts Snoeij, het oordeel onderschreef.
In hoger beroep betoogt appellant dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd niet passend zijn en dat het deskundigenrapport onvoldoende is gemotiveerd. De Raad volgt echter het oordeel van de rechtbank en deskundige, oordeelt dat de medische en arbeidskundige onderbouwing standhoudt en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.