ECLI:NL:CRVB:2007:BA9945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 14 juli 2003 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was verricht en dat er geen objectieve medische aanwijzingen waren die een hogere mate van beperkingen rechtvaardigden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling bevestigd. De Raad stelde vast dat beide artsen appellante persoonlijk hadden onderzocht en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) de beperkingen adequaat weerspiegelde. Ook het feit dat het onderzoek kort was, deed niet af aan de zorgvuldigheid ervan. Nieuwe medische verklaringen die kort voor de zitting werden overgelegd, bevatten geen nieuwe relevante informatie over de belastbaarheid op de datum in geding.
De Raad concludeerde dat de schatting van de belastbaarheid en de daaraan ten grondslag gelegde functies overeenstemden met de medische gegevens. Het eerdere oordeel dat appellante in 2006 volledig arbeidsongeschikt werd geacht onder de WIA deed hieraan niet af. De aangevallen uitspraak werd daarom bevestigd en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 14 juli 2003 wegens een zorgvuldige medische beoordeling.