ECLI:NL:CRVB:2007:BA9993

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1025 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak

Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 27 september 2006, maar diende dit beroep niet binnen de voorgeschreven termijn van zes weken in. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onredelijk was dat hij strikt aan deze termijn werd gehouden terwijl het UWV alle tijd heeft voor het nemen van besluiten.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de termijnen voor het instellen van bezwaar en beroep fatale termijnen zijn, in tegenstelling tot de termijnen voor het nemen van besluiten. Deze termijnen gelden voor iedereen die door een bestuursorgaan in zijn belang is getroffen. De Raad vond geen reden om af te wijken van de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen geldige redenen had aangevoerd die de termijnoverschrijding konden verontschuldigen.

Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in bijzondere gevallen termijnoverschrijding kan toestaan.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de fatale termijn van zes weken.

Uitspraak

07/1025 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 1 februari 2007, 06/5861 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2007. Appellant is, met kennisgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door G.M.M. Diebels.
II. OVERWEGINGEN
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 27 september 2006 niet-ontvankelijk verklaard, onder de overweging dat appellant bij het indienen van zijn beroep de gestelde termijn van zes weken na bekendmaking van het besluit niet in acht heeft genomen. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het door appellant aangevoerde geen reden is om aan te nemen dat appellant bij het indienen van zijn beroepschrift niet in verzuim is geweest.
In hoger beroep heeft appellant toegegeven dat hij eigenlijk te laat was met het indienen van zijn beroep, maar dat hij het onredelijk vindt dat het Uwv alle tijd heeft om besluiten te nemen en hij strikt wordt gehouden aan de termijn van zes weken voor het instellen van beroep.
De Raad overweegt als volgt.
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent termijnen, zowel voor het nemen van besluiten als voor het maken van bezwaar en voor het instellen van (hoger) beroep. Als een bestuursorgaan zich niet houdt aan de termijnen voor het nemen van een besluit is in de Awb geregeld wat een belanghebbende in een dergelijke situatie kan doen. De termijnen voor het instellen van bezwaar en (hoger) beroep zijn, in tegenstelling tot de termijnen voor het nemen van besluiten, fatale termijnen. Die termijnen gelden voor iedereen die door een besluit van een bestuursorgaan in zijn of haar belang is getroffen. De Raad heeft in hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen aanleiding kunnen vinden om de uitspraak van de rechtbank niet juist te achten. Appellant heeft niet binnen de voorgeschreven termijn beroep ingesteld tegen het besluit van 27 september 2006 en appellant heeft evenmin redenen naar voren gebracht die die termijnoverschrijding zouden kunnen verontschuldigen. Het hoger beroep slaagt niet.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2007.
(get.) M.C. Bruning.
(get.) P. van der Wal.
MK