ECLI:NL:CRVB:2007:BA9993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 27 september 2006, maar diende dit beroep niet binnen de voorgeschreven termijn van zes weken in. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onredelijk was dat hij strikt aan deze termijn werd gehouden terwijl het UWV alle tijd heeft voor het nemen van besluiten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de termijnen voor het instellen van bezwaar en beroep fatale termijnen zijn, in tegenstelling tot de termijnen voor het nemen van besluiten. Deze termijnen gelden voor iedereen die door een bestuursorgaan in zijn belang is getroffen. De Raad vond geen reden om af te wijken van de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen geldige redenen had aangevoerd die de termijnoverschrijding konden verontschuldigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in bijzondere gevallen termijnoverschrijding kan toestaan.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de fatale termijn van zes weken.