ECLI:NL:CRVB:2007:BB0010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstand
Appellante ontvangt sinds maart 2001 met onderbrekingen een bijstandsuitkering en heeft bij aanvraag aangegeven niet tot werken in staat te zijn. Het College liet een arbeidsmedisch onderzoek uitvoeren, dat geen arbeidshandicap vaststelde. Vervolgens legde het College arbeidsverplichtingen op en trok de bijstand in vanwege het niet verschijnen op een heronderzoekgesprek. Na heraanvraag werd de bijstand weer toegekend met arbeidsverplichtingen, maar tijdelijk opgeschort in afwachting van een medisch advies.
De GGD kon geen oordeel geven over de arbeidsgeschiktheid omdat appellante geen verdere diagnostiek of behandeling wilde. Het College beëindigde daarop de tijdelijke ontheffing. De rechtbank schakelde een psychiater in, die concludeerde dat appellante in staat was reguliere arbeid te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat appellante geen medische gegevens heeft overgelegd ter onderbouwing van haar stelling dat zij niet kan werken. Het College heeft dan ook terecht de tijdelijke ontheffing ingetrokken en de arbeidsverplichtingen gelden weer volledig. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen is terecht ingetrokken en de arbeidsverplichtingen gelden weer volledig.