ECLI:NL:CRVB:2007:BB0053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onzorgvuldig medisch onderzoek bij WAO-schatting
Appellant ontvangt sinds januari 2001 een WAO-uitkering op basis van 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid. In februari 2003 meldde hij zich toegenomen arbeidsongeschikt vanwege mogelijke bijwerkingen van het medicijn diclofenac, voorgeschreven door zijn huisarts. Het UWV baseerde het besluit van juni 2004 om de uitkering niet te herzien op een dossieronderzoek door een verzekeringsarts en bevestiging door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de waarschuwing op de bijsluiter slechts een attentiewaarschuwing was en appellant onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke bijwerkingen. In hoger beroep stelt appellant dat het besluit onzorgvuldig is omdat geen onderzoek door een verzekeringsarts heeft plaatsgevonden, wat strijdig is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een beoordeling van arbeidsongeschiktheid een volledige medische toets vereist, die in dit geval ontbrak omdat het uitsluitend bij dossieronderzoek bleef. Het UWV had appellant moeten onderzoeken om tot een juist oordeel te komen. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.