ECLI:NL:CRVB:2007:BB0062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische klachten appellant
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. Zij stelde dat haar recidiverende psychische klachten haar verhinderen de geselecteerde functies fulltime uit te voeren en dat deze functies niet geschikt zijn gezien haar beperkingen. Tevens voerde zij aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met een psychiatrisch rapport en het WSW-advies.
De Raad verwijst naar het deskundigenonderzoek van psychiater Graveland, die concludeerde dat appellante ondanks beperkingen in staat is de voorgelegde functies te verrichten. Dit oordeel komt overeen met de verzekeringsgeneeskundige beoordeling waarop het besluit is gebaseerd. Het WSW-advies werd buiten beschouwing gelaten vanwege het ontbreken van medische onderbouwing en onduidelijkheid over de datum van het advies.
De Raad onderschrijft de rechtbank in haar oordeel dat de functies, waaronder commercieel-administratief medewerker en heftruckchauffeur, passend zijn. De schatting is goed gemotiveerd en berust op een degelijke medische en arbeidskundige grondslag. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en laat het bestreden besluit in stand.