ECLI:NL:CRVB:2007:BB0080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering en vaststelling aflossingscapaciteit
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV inzake de herziening en terugvordering van een WAO-uitkering. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep tegen de terugvorderingsbesluiten ongegrond, maar oordeelde dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de berekening van de aflossingscapaciteit en verklaarde dat beroep gegrond.
Het UWV nam daarop een nieuw besluit waarin de aflossingscapaciteit opnieuw werd vastgesteld op € 950,87 per maand, ditmaal met een onderbouwde berekening. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het UWV op goede gronden het besluit tot terugvordering had genomen en dat geen dringende redenen bestonden om daarvan af te zien.
Appellant stelde dat hij ernstige financiële en sociale problemen had, maar onderbouwde dit niet. De Raad oordeelde dat het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De medische en arbeidskundige beoordeling waarop het UWV het besluit baseerde, werd als zorgvuldig en deugdelijk beoordeeld. De Raad achtte de functies die het UWV aan appellant had voorgesteld passend binnen zijn belastbaarheid.
Tot slot bevestigde de Raad dat zolang de financiële situatie van appellant niet wijzigt, de terugbetaling via inhouding van € 600 per maand op de WAO-uitkering zal blijven plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de aflossingscapaciteit wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.