ECLI:NL:CRVB:2007:BB0144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 2000 arbeidsongeschikt als schoonmaker, kreeg in 2001 een WAO-uitkering toegekend met een mate van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een eerstejaars herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV werd de uitkering per 29 december 2003 ingetrokken. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat appellant ongeschikt was voor zijn eigen arbeid, maar voldoende geschikt voor andere functies, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ongewijzigd waren en dat hij psychiatrische behandeling onderging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant het oordeel van de rechtbank over zijn ongeschiktheid voor eigen arbeid niet had aangevochten, waardoor dit buiten de reikwijdte van het hoger beroep viel. De Raad vond het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig en zag geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling.