ECLI:NL:CRVB:2007:BB0154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid ontslag en gedeeltelijke heraanstelling ambtenaar ondanks arbeidsongeschiktheid
Betrokkene was sinds 1993 voltijds werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek en meldde zich ziek na een verkeersongeval in 1999. Zij ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. In 2004 verleende appellant haar eervol ontslag wegens blijvende ongeschiktheid, met een gelijktijdige heraanstelling voor 0,5 fte.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat appellant volgens haar de omvang van de nieuwe aanstelling onvoldoende had betrokken bij het besluit op bezwaar. De Raad stelt echter vast dat appellant het oordeel van de bedrijfsarts, die uitbreiding van werktijd onverstandig achtte, wel degelijk heeft meegewogen.
De Raad concludeert dat betrokkene onvoldoende medische gegevens heeft overgelegd om het standpunt van de bedrijfsarts te weerleggen en dat het niet redelijk was te verlangen dat appellant werkzaamheden zou aanpassen. Daarom was het ontslag met gedeeltelijke heraanstelling redelijk en wordt het beroep ongegrond verklaard. De eerdere uitspraak en het daarop gebaseerde besluit worden vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het ontslag met gedeeltelijke heraanstelling wordt bevestigd.