ECLI:NL:CRVB:2007:BB0210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit ondanks aanscherping functionele mogelijkhedenlijst
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zijn beperkingen ten onrechte waren onderschat bij de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid per 6 april 2004. Het UWV had op bezwaar het besluit gehandhaafd om een WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na eerdere uitspraken van de Raad werd de zaak opnieuw beoordeeld door een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige, die de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aanscherpten en meer beperkingen vaststelden.
Ondanks deze aanscherping handhaafde de bezwaararbeidsdeskundige het standpunt dat de mate van arbeidsongeschiktheid op de datum in geding niet gewijzigd hoefde te worden. De Raad oordeelde dat appellant zijn stelling niet met nieuwe medische informatie had onderbouwd en zag geen reden om de medische beoordeling te betwijfelen of een onafhankelijke expertise te gelasten.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV. Wel veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant wegens het niet zonder gevolg blijven van het hoger beroep, dat heeft geleid tot een aanscherping van de FML. Het griffierecht werd eveneens aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering op basis van 25-35% arbeidsongeschiktheid per 6 april 2004.