ECLI:NL:CRVB:2007:BB0217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ingangsdatum WAJONG-uitkering wegens eerdere AAW-uitkering en psychische belemmeringen
Appellante vroeg op 6 april 2004 een WAJONG-uitkering aan, welke het UWV toekende met ingang van 6 april 2003. Appellante betwistte deze ingangsdatum en stelde dat zij eerder een AAW-uitkering ontving die onterecht was stopgezet in 1983, en dat haar psychische toestand haar belemmerde eerder een WAJONG-uitkering aan te vragen.
Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat de aanvraag van 2004 de eerste was. De rechtbank Arnhem oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een AAW-uitkering had ontvangen en dat er geen reden was om van de standaardtermijn af te wijken.
In hoger beroep bracht appellante bewijsstukken in, waaronder maandelijkse uitkeringsoverzichten en bankafschriften, waaruit bleek dat zij in de periode 1979-1983 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit voldoende aannemelijk was en dat het UWV onjuist had geoordeeld dat het een eerste aanvraag betrof.
De Raad vernietigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over de ingangsdatum van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.