ECLI:NL:CRVB:2007:BB0277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren
Appellante, voormalig kleuterleidster, kreeg na uitval wegens hartklachten een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering naar 35-45% per 7 maart 2004, omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies ondanks beperkingen.
De rechtbank vernietigde het UWV-besluit wegens onvoldoende toelichting bij functiekeuze, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen werden onderschat, onderbouwd met een medisch schrijven en een werkgeversverklaring.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV juist was en dat het medisch bewijs van appellante onvoldoende was om het oordeel te wijzigen of nader onderzoek te gelasten. De eigen inschatting van appellante werd niet beslissend geacht volgens het arbeidsongeschiktheidscriterium van de WAO.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee de herziening van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.