ECLI:NL:CRVB:2007:BB0302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende weerlegging medische bezwaren
Appellante, werkzaam als verkoopmedewerkster, stopte haar werkzaamheden wegens psychische en hartklachten. Na een WAO-uitkering van 80-100% werd deze door het UWV ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De bezwaararbeidsdeskundige beoordeelde drie functies als geschikt, maar het standpunt van de behandelend cardioloog dat werk in koude omgevingen belastend is, werd onvoldoende weerlegd door de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad oordeelt dat de functie van productiemedewerkster in een pluimveeslachterij bij lage temperaturen niet geschikt is voor appellante en dat de schatting van arbeidsongeschiktheid op onvoldoende geschikte functies berust. Hierdoor houdt het bestreden besluit geen stand en wordt de aangevallen uitspraak vernietigd.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het UWV dient een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.