ECLI:NL:CRVB:2007:BB0432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis
Appellant had na intrekking van zijn WAO-uitkering een aanvraag voor een WW-uitkering ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis, die vereist dat in de 39 weken voorafgaand aan werkloosheid minimaal 26 weken gewerkt moet zijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat uit de beschikbare gegevens bleek dat appellant slechts in een korte periode had gewerkt binnen de referteperiode. Appellant stelde dat hij meer weken had gewerkt, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het statusoverzicht geen gerechtvaardigd vertrouwen geeft op een WW-uitkering en dat de door appellant overgelegde gegevens onvoldoende waren om zijn stelling te ondersteunen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering wordt gehandhaafd.