ECLI:NL:CRVB:2007:BB0472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een eerder ambtshalve genomen besluit van 11 februari 2002, waarbij zijn Ziektewet-uitkering werd beëindigd. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Appellant diende daarop nieuwe medische verklaringen in, waaronder van zijn huisarts en bedrijfsarts, die zijn arbeidsongeschiktheid in december 2001 bevestigden. Het UWV wees het verzoek opnieuw af, gesteund op een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die geen nieuwe objectieve medische gegevens zag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de ingebrachte verklaringen geen nieuwe feiten bevatten maar een nadere beoordeling van reeds bekende omstandigheden waren. Appellant stelde in hoger beroep dat pas bij een nieuwe ziekmelding de problemen duidelijk werden en dat de rechtbank ten onrechte een verklaring van een psycholoog buiten beschouwing liet.
De Centrale Raad oordeelde dat het stuk van de psycholoog niet bij het UWV bekend was ten tijde van het bestreden besluit en daarom niet meegewogen kon worden. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het verzoek tot herziening geen nieuwe feiten bevatte en dat het UWV terecht het verzoek afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Er was geen sprake van strijd met rechtsregels of algemene rechtsbeginselen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het Ziektewet-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.