ECLI:NL:CRVB:2007:BB0473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens ondeugdelijke functiebasis
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2004 werd deze uitkering ingetrokken en herzien naar een mate van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op drie resterende functies. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond.
Bij hoger beroep stelde de Raad vast dat één van de drie functies, namelijk operator voedingsmiddelenindustrie, niet langer passend was en ten onrechte aan de schatting ten grondslag lag. Hierdoor resteerden slechts twee functies, wat onvoldoende is volgens artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten dat minimaal drie functies vereist.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.