ECLI:NL:CRVB:2007:BB0475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische beoordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 15 tot 25% per 3 juni 2002, in plaats van de eerdere 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant zich richtte op de medische beoordeling.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat de oorspronkelijke indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35% niet was onderschat en dat het UWV geen aanleiding had om van verdere beperkingen uit te gaan. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
Appellant kon zijn stelling van toegenomen klachten sinds 1 januari 2002 niet met medische gegevens onderbouwen. De Raad zag daarom geen reden om een onafhankelijke medisch deskundige te raadplegen en bevestigde het bestreden besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.