ECLI:NL:CRVB:2007:BB0549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen mededeling openstaande terugvordering WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht had bij besluit van 1 juni 2005 de bijstand ingetrokken en een bedrag van € 769,08 teruggevorderd over de periode 1 tot en met 30 april 2005. Tevens werd appellant geïnformeerd over een openstaande schuld van € 5.518,50, voortvloeiend uit een eerder besluit van 30 december 2002, dat bij bezwaar van 31 juli 2003 was gehandhaafd.
Appellant maakte bezwaar tegen de mededeling over deze openstaande schuld, stellende dat dit deel van het besluit opnieuw getoetst moest worden. De rechtbank verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de mededeling geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het rechtsgevolg van de terugvordering van € 5.518,50 al definitief is vastgesteld in het eerdere besluit en dat de mededeling in het besluit van 1 juni 2005 slechts een constatering is van de openstaande vordering, zonder nieuw rechtsgevolg. Daarmee is deze mededeling geen besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.