ECLI:NL:CRVB:2005:AS2079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na intrekking recht op bijstand
Appellant ontving een bijstandsuitkering die per 21 maart 2001 werd ingetrokken vanwege hogere inkomsten uit arbeid. Gedaagde vorderde terugbetaling van bijstandskosten over deze periode en stuurde aanmaningen voor betaling. Appellant betwistte deze aanmaningen en de hoogte van de terugvordering.
De Raad oordeelt dat de aanmaningen tot betaling geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat zij geen publiekrechtelijke rechtshandelingen betreffen. De intrekking van de bijstand is niet bestreden en op grond daarvan is gedaagde verplicht de verstrekte bijstand terug te vorderen, tenzij dringende redenen anders aangeven, wat hier niet het geval was.
Verder is vastgesteld dat het teruggevorderde bedrag correct is berekend en dat de verrekening van vakantietoeslag op bestaande vorderingen terecht is toegepast. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.