ECLI:NL:CRVB:2007:BB0569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering verborgen beperkingen
Appellante werd per 18 juli 2002 een WAO-uitkering geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Haar bezwaar werd ongegrond verklaard, maar de rechtbank verklaarde haar beroep gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit, waarbij de rechtsgevolgen in stand bleven. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende waren en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat in de FML verborgen beperkingen waren opgenomen: op onderdelen zoals knielen en hurken werd in de toelichting een beperking vermeld, terwijl de FML zelf geen beperking aangaf. Dit leidde tot onduidelijkheid over de passendheid van de geselecteerde functies, aangezien in die functies knielen en hurken vereist zijn. Het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige gaf onvoldoende duidelijkheid, omdat niet was vastgesteld of het hurken in die functies noodzakelijk was.
De Raad concludeerde dat het besluit van 4 maart 2003 niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geen stand kon houden. Daarom vernietigde de Raad het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 4 maart 2003 tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.