ECLI:NL:CRVB:2007:BB0604
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag periodieke uitkering weduwe op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin haar aanvraag voor een periodieke uitkering als weduwe van betrokkene werd afgewezen. Betrokkene was overleden in 1988 en de aanvraag was gebaseerd op de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overwoog dat reeds in 1981 was vastgesteld dat betrokkene niet onder vervolging in de zin van de Wet viel, omdat hij slechts kort in het PDL Amersfoort verbleef en daarna normaal tewerkgesteld was. Dit eerdere oordeel was onaantastbaar omdat er geen rechtsmiddelen tegen waren ingesteld. De Raad zag geen nieuwe feiten of gewijzigde inzichten die aanleiding gaven dit oordeel te herzien.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend omdat geen bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding gaven.
Uitkomst: Het beroep van de weduwe wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de overledene vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.