ECLI:NL:CRVB:2007:BB0613
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgerelateerd letsel
Appellant, geboren in 1934 in het voormalige Nederlands-Indië, deed in november 2005 een aanvraag voor een periodieke uitkering als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische klachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Verweerster wees de aanvraag aanvankelijk af omdat niet was vastgesteld dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen.
Na bezwaar erkende verweerster dat appellant betrokken was bij beschietingen tijdens de Bersiap-periode, maar medisch onderzoek wees uit dat zijn lichamelijke klachten voortkomen uit andere oorzaken dan oorlogsgeweld en dat zijn psychische klachten slechts voor een zeer gering deel daarmee verband houden zonder beperkingen te veroorzaken. Verweerster handhaafde daarop de afwijzing van de aanvraag.
Appellant voerde aan dat hij door oorlogsomstandigheden achterstand in opleiding en loopbaan had opgelopen en dat zijn broer en zuster wel erkend waren als burger-oorlogsslachtoffers, maar de Raad oordeelde dat de Wet alleen invaliditeit door oorlogsgeweld compenseert en dat elke aanvraag op eigen merites wordt beoordeeld. De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van verweerster onjuist te achten en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juli 2007.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een periodieke uitkering als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.