ECLI:NL:CRVB:2007:BB0649
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning en uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vrijheidsberoving en nationaliteitseis
Appellant, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in maart 2005 erkenning als vervolgingsslachtoffer en een WUV-uitkering. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd was in het Halongkamp op Ambon en het Telingkamp in Manado. De Raad concludeerde dat er geen objectieve gegevens zijn die bevestigen dat appellant de vereiste vrijheidsberoving heeft ondergaan. Historische gegevens tonen aan dat het Halongkamp niet bekend staat als interneringskamp en dat het Telingkamp een krijgsgevangenenkamp was, waarbij families in een opvangsituatie verbleven zonder de mate van vrijheidsberoving die de wet vereist.
Daarnaast oordeelde de Raad dat appellant niet voldoet aan de nationaliteitseis van artikel 3, eerste lid, van de Wet. Hoewel de vader van appellant gelijkgesteld was met Europeanen, verkreeg hij niet de Nederlandse nationaliteit, maar bleef hij een inheems Nederlands onderdaan niet-Nederlander. Na de soevereiniteitsoverdracht kreeg appellant automatisch de Indonesische nationaliteit.
De Raad bevestigde dat verweerster terecht geen toepassing gaf aan artikel 3, tweede lid, van de Wet, omdat niet aan de voorwaarden van artikel 2 en Pro 3, eerste lid, was voldaan. Het bestreden besluit werd daarom in stand gelaten en het beroep van appellant ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning en uitkering blijft in stand.