ECLI:NL:CRVB:2007:BB0677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks beroep op dringende redenen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die de terugvordering van een onverschuldigd betaalde WAO-uitkering heeft bevestigd. Het UWV had vastgesteld dat appellant over de periode van 1 mei 2003 tot 1 april 2004 ten onrechte een bedrag van € 2.365,72 had ontvangen en dit bedrag teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn slechte gezondheid en financiële situatie niet in staat was om terug te betalen, met name niet het vastgestelde maandelijkse termijnbedrag van € 251,55.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 57 van Pro de WAO het UWV verplicht is het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen. Een beroep op dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien vereist bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden die de sociale of financiële gevolgen onaanvaardbaar maken. In deze zaak zijn dergelijke dringende redenen niet gebleken. Bovendien is het maandelijkse aflossingsbedrag vastgesteld met inachtneming van de beslagvrije voet, zodat appellant voldoende middelen behoudt.
De Raad benadrukte dat appellant zich bij wijziging van zijn omstandigheden tot het UWV kan wenden voor herziening van het aflossingsbedrag. De grieven van appellant zijn ongegrond verklaard en een schadevergoeding is niet toegekend. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.