ECLI:NL:CRVB:2007:BB1030

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4379 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WerkloosheidswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WW-voorschotten

Appellante is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) teruggevorderd voor onverschuldigd betaalde voorschotten op haar WW-uitkering ter hoogte van €6.996,71. De rechtbank Alkmaar heeft het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak bevestigd.

De Raad overweegt dat appellante uitsluitend voorschotten heeft ontvangen en dat er geen sprake is van een herziening van het recht op uitkering met terugwerkende kracht. Hierdoor is het beleid omtrent herziening niet van toepassing. Tevens heeft het Uwv de hoogte van het terug te vorderen bedrag voldoende inzichtelijk gemaakt en heeft appellante geen tegenbewijs geleverd om het bedrag als onjuist aan te merken.

De Raad ziet geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €6.996,71 aan onverschuldigd betaalde WW-voorschotten.

Uitspraak

06/4379 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 16 juni 2006, 05/291 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 augustus 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2007. Appellante is -met bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W. Metus, werkzaam bij het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.
2. Bij besluit op bezwaar van 24 december 2004 heeft het Uwv gehandhaafd zijn beslissing van 26 oktober 2004, waarbij is beslist tot terugvordering van appellante van betaalde voorschotten op haar uitkering ingevolge de WW ten bedrage van € 6.996,71.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. In dit geding is de vraag aan de orde of het Uwv terecht heeft beslist tot terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten op de WW-uitkering van appellante ten bedrage van € 6.996,71.
4.2. De Raad beantwoordt die vraag evenals de rechtbank bevestigend en stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak. De grieven die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd kunnen niet slagen. Op basis van de voorhanden zijnde gedingstukken is de Raad van oordeel dat genoegzaam duidelijk is geworden dat appellante uitsluitend voorschotten heeft ontvangen. Er is dan ook geen sprake van een situatie waarbij met terugwerkende kracht recht op uitkering is herzien. Het beleid dat daarop betrekking heeft, kan reeds daarom niet van toepassing zijn. De Raad is tevens van oordeel dat het Uwv de hoogte van het terug te vorderen bedrag voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Nu door appellante geen andersluidende financiële gegevens zijn overgelegd kan het bedrag niet als onjuist worden aangemerkt.
5. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2007.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) M.D.F. de Moor.