ECLI:NL:CRVB:2007:BB1030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WW-voorschotten
Appellante is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) teruggevorderd voor onverschuldigd betaalde voorschotten op haar WW-uitkering ter hoogte van €6.996,71. De rechtbank Alkmaar heeft het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak bevestigd.
De Raad overweegt dat appellante uitsluitend voorschotten heeft ontvangen en dat er geen sprake is van een herziening van het recht op uitkering met terugwerkende kracht. Hierdoor is het beleid omtrent herziening niet van toepassing. Tevens heeft het Uwv de hoogte van het terug te vorderen bedrag voldoende inzichtelijk gemaakt en heeft appellante geen tegenbewijs geleverd om het bedrag als onjuist aan te merken.
De Raad ziet geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €6.996,71 aan onverschuldigd betaalde WW-voorschotten.