ECLI:NL:CRVB:2007:BB1051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij termijnoverschrijding kwijtschelding schulden
Appellante verzocht het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om kwijtschelding van schulden wegens ten onrechte of te veel gemaakte kosten van bijstand. Het College wees dit verzoek deels af en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast had moeten worden, waardoor haar bezwaar ondanks de termijnoverschrijding ontvankelijk had moeten worden verklaard. De Raad oordeelde echter dat geen omstandigheden aanwezig waren die het verzuim rechtvaardigen. De gestelde onwetendheid en het vermeende telefonische advies van een ambtenaar om alsnog bezwaar te maken, konden het verzuim niet verontschuldigen.
De Raad benadrukte dat bestuursorganen niet mogen afwijken van de termijnstelling voor het maken van bezwaar, omdat dit een voorschrift van openbare orde betreft. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding bevestigd.