ECLI:NL:CRVB:2007:BB1077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon nadat was gebleken dat het UWV in het verleden onjuist premies voor vroegpensioen had verwerkt in het dagloon. Het UWV had het dagloon verhoogd vanaf de datum van het verzoek, maar weigerde terugwerkende kracht toe te passen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden een herziening met terugwerkende kracht niet rechtvaardigt. De kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit is op zichzelf onvoldoende. Het UWV heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt door alleen lopende uitkeringen vanaf het verzoek te herzien.
Appellant voerde onder meer aan dat de fout niet kenbaar was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, maar deze bezwaren werden verworpen. Ook het beroep op nationale en internationale anti-discriminatiebepalingen slaagde niet. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.