ECLI:NL:CRVB:2007:BB1131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon vanwege een fout in de dagloonvaststelling door het UWV. De rechtbank wees dit beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing. De Raad oordeelt dat het feit dat het UWV in het verleden onjuist heeft gehandeld, geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt die herziening met terugwerkende kracht rechtvaardigt.
De Raad benadrukt dat het UWV het dagloon alleen kan aanpassen vanaf de datum van het verzoek indien de uitkering nog loopt. Het ontbreken van een motivering van het oorspronkelijke besluit en het feit dat appellant geen rechtsmiddel heeft aangewend, rechtvaardigen geen afwijking van dit beleid. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en nationale en internationale anti-discriminatiebepalingen faalt.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat kennelijke onjuistheid van een besluit op zichzelf geen grond is voor herziening zonder nieuwe feiten. De beslissing van het UWV is zorgvuldig en evenwichtig genomen en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering tot herziening van het WW-dagloon met terugwerkende kracht wordt bevestigd.