ECLI:NL:RBBRE:2006:AY9728
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WW-dagloon wegens vroegpensioenpremie geen novum of onrechtmatige rechtsongelijkheid
Eiser, werkzaam geweest in de bouw, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon omdat bij de vaststelling geen rekening was gehouden met de werknemersbijdrage aan de vroegpensioenpremie. UWV erkende de fout, maar hanteerde een gedragslijn waarbij herziening met terugwerkende kracht niet plaatsvindt, tenzij de uitkering nog loopt op het moment van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de ontdekking van de fout en de erkenning daarvan geen nieuw gebleken feiten (novum) vormen die herziening rechtvaardigen. Bovendien zijn eerdere besluiten waarin geen bezwaar of beroep is ingesteld, in rechte onaantastbaar. De rechtbank verwierp het beroep van eiser dat de handelswijze van UWV tot onrechtmatige rechtsongelijkheid en strijd met het gelijkheidsbeginsel leidt, omdat de fout alleen in de bouwsector is gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat UWV de betrokkenen binnen de bouwsector gelijk heeft behandeld volgens de gedragslijn en dat eerdere terugwerkende herzieningen betrekking hadden op besluiten vóór de gedragslijn of foutieve toepassing daarvan. Er is geen sprake van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien wordt ongegrond verklaard.