ECLI:NL:CRVB:2007:BB1376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting beperkingen door fibromyalgie en arthrose
Appellant, werkzaam als schadecorrespondent, meldde zich in 1997 ziek wegens fibromyalgie en ontving vanaf 1998 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Na een herbeoordeling in 2004 door verzekeringsarts Aydin en arbeidsdeskundige Van Dijk werd deze mate van arbeidsongeschiktheid gehandhaafd. Appellant voerde bezwaar aan met aanvullende medische informatie over voetklachten, een carpaal tunnel syndroom (CTS) en een dwangstand van de rechter middelvinger.
De bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe en arbeidsdeskundige Van Mastrigt bevestigden het oordeel van Aydin, waarbij Van de Merwe geen medische gronden vond om van het eerdere oordeel af te wijken. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, ondersteund met medische rapporten van specialisten, maar de Raad zag geen aanleiding om de beperkingen anders vast te stellen.
De Raad oordeelde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidsmogelijkheden voldoende recht doen aan de beperkingen van appellant. Ook de bezwaren over til- en draagbelasting in de functies schadecorrespondent, monteur en stikster werden verworpen, omdat de belastingen binnen de maximale draagkracht vallen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het UWV en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat de arbeidsongeschiktheid van appellant op 45-55% wordt vastgesteld.