ECLI:NL:CRVB:2007:BB1439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omvang maatman en maatregel bij WAO-uitkering na ontslag en detachering
Appellant was personeelconsulent bij het Ministerie van Economische Zaken en werd in 1988 ontslagen met garantiewachtgeld. Na detachering vervulde hij diverse functies met een inkomen tot circa 90% van zijn laatstverdiende salaris. Vanaf 1997 ontving hij naast wachtgeld een WW-uitkering gebaseerd op zijn nevenwerkzaamheden. Het UWV stelde als maatman alleen de wachtgeldfunctie vast, wat appellant betwistte.
De Raad oordeelt dat zowel de wachtgeldfunctie als de nevenfunctie bij de bepaling van de maatman moeten worden betrokken, omdat het inkomen uit beide functies voortkwam. Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat appellant niet benadeeld is met een maatmaninkomen gelijk aan zijn laatstverdiende salaris.
Daarnaast bevestigt de Raad de maatregel van 5% korting wegens te late indiening van de WAO-aanvraag, omdat appellant de vertraging door een computercrash zelf had kunnen voorkomen. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Besluit over maatman vernietigd wegens ontoereikende onderbouwing, maatregel bevestigd, UWV veroordeeld in proceskosten.