ECLI:NL:CRVB:2007:BB1517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij terugvordering suppletie-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering die later werd herzien, gevolgd door een WW-uitkering en een suppletie-uitkering. Na bezwaar werd de WAO-uitkering ongewijzigd voortgezet en werd de suppletie-uitkering ingetrokken. Het Uwv stelde een verrekeningsschema vast voor teveel ontvangen uitkeringen, waarbij het restantbedrag buiten invordering bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bestreden besluiten ongegrond, omdat appellant zich richtte op een mogelijke terugvordering van suppletie-uitkering waartegen geen besluit was genomen. In hoger beroep stond centraal of appellant zekerheid had dat de teveel betaalde suppletie-uitkering niet alsnog zou worden teruggevorderd.
De Raad constateerde onduidelijkheid door een groot aantal deels onjuiste besluiten en wisselend optreden van het Uwv namens zichzelf en de minister. Uiteindelijk gaf de minister ondubbelzinnig aan dat geen terugvordering van suppletie-uitkering zal plaatsvinden, waardoor geen geschil meer bestaat en het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij terugvordering suppletie-uitkering.