ECLI:NL:CRVB:2007:BB1559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- A. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een taxichauffeur, viel in 2001 uit wegens gewrichtsklachten en kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering. Na hernieuwde arbeidsongeschiktheid werd hem in 2003 een WAO-uitkering toegekend van 80-100%.
In 2003 werd deze uitkering herzien en ingetrokken omdat hij volgens het UWV in staat was gangbare arbeid te verrichten met een verlies aan verdiencapaciteit van slechts 0,11%. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij ernstige beperkingen had en therapie nodig had, maar bracht geen objectieve medische gegevens in die de medische grondslag van het besluit konden ondermijnen. De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de onderbouwing van het UWV met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) uiteindelijk voldoende was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele onvolkomenheden in het CBBS, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.