ECLI:NL:CRVB:2007:BB1560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Betrokkene hield whiplashklachten over aan een auto-ongeval in 1999 en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant, het UWV, trok de uitkering in per 2 juli 2003 omdat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 15%. De rechtbank Maastricht verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond vanwege onvoldoende motivering van het UWV omtrent cognitieve en psychische beperkingen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van een onafhankelijke zenuwarts ingewonnen, die concludeerde dat de klachten functioneel zijn en niet terug te voeren op ziekte of gebrek. De deskundige onderschreef het belastbaarheidspatroon van het UWV en achtte betrokkene in staat tot passende werkzaamheden.
De Raad volgt de vaste rechtspraak dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel leidend is, en ziet geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Het commentaar van betrokkene op het deskundigenrapport is onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.