ECLI:NL:CRVB:2007:BB1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en bevestiging arbeidsongeschiktheidsklasse na hoger beroep
Appellante meldde zich in 1990 ziek met CVS/ME en ontving een volledige WAO-uitkering. Het UWV herzag in 2004 haar uitkering en stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 65-80%. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en dat zij niet in staat was 20 uur per week te werken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven en verzocht om een onafhankelijk medisch deskundige. De Raad overwoog dat het medische onderzoek adequaat was uitgevoerd, inclusief lichamelijk onderzoek en beoordeling van relevante medische informatie. De arbeidskundige rapportage in hoger beroep gaf een afdoende motivering voor de arbeidsongeschiktheidsclassificatie.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse terecht was. Tevens werd appellante proceskostenvergoeding toegekend. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige gezien de voldoende onderbouwing van de medische situatie.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; appellante ontvangt proceskostenvergoeding.