ECLI:NL:CRVB:2007:BB1565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de schorsing van zijn WAO-uitkering door het UWV. Het geschil betreft de vraag of het UWV terecht heeft besloten de uitkering vanaf 1 september 2004 te schorsen vanwege een gewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad verwijst naar de feiten en omstandigheden zoals vastgesteld door de rechtbank Arnhem en onderschrijft dat het UWV een gegrond vermoeden had dat appellant niet langer recht had op de toegekende WAO-uitkering. De mate van arbeidsongeschiktheid moet op basis van het inkomen uit arbeid worden vastgesteld op 8,4%, wat lager is dan de eerdere inschatting van 15 tot 25%.
De grieven van appellant richten zich niet op de schorsing zelf, maar op de terugvordering van teveel ontvangen uitkering en zijn financiële situatie, welke buiten het bestreden besluit vallen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De schorsing van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid op 8,4% is vastgesteld.