ECLI:NL:CRVB:2007:BB1568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant is sinds 2 januari 1998 arbeidsongeschikt door rugklachten en heeft per 1 januari 1999 een WAO-uitkering geweigerd gekregen. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2001 voerde appellant aan dat zijn beperkingen, waaronder nek- en schouderklachten en medicijngebruik met bijwerkingen, ernstiger waren dan vastgesteld.
De bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige concludeerden echter dat appellant onvoldoende medisch bewijs leverde dat zijn beperkingen zodanig waren dat toekenning van een WAO-uitkering gerechtvaardigd was. De Raad oordeelde dat de klachten niet voortkomen uit dezelfde oorzaak als waarvoor de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld, zoals vereist volgens artikel 43a WAO.
Verder werd overwogen dat de beoordeling van de gemeente in het kader van de REA niet vergelijkbaar is met de WAO-beoordeling. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant niet in aanmerking komt voor een WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch onderbouwde beperkingen.