ECLI:NL:CRVB:2007:BB1573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was werkzaam als [naam functie] en viel uit met RSI-klachten. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%. Later besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk en dus niet langer arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat het UWV het onderzoek naar medewerking aan een psychiatrisch onderzoek verkeerd had toegepast. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van de medische voorbereiding van het besluit. Rapportages van medisch specialisten en bedrijfsartsen ondersteunen dat appellante geen objectieve beperkingen heeft die haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. Het hoger beroep faalt en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet langer arbeidsongeschikt is.