ECLI:NL:CRVB:2007:BB1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, die zich op 23 mei 2000 ziek meldde met vermoeidheidsklachten, kreeg per 22 mei 2001 geen WAO-uitkering toegekend door het UWV omdat volgens hen geen sprake was van arbeidsongeschiktheid als rechtstreeks en objectief medisch vaststelbaar gevolg van ziekte. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover bezwaren niet-ontvankelijk waren.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de medische adviezen van psychiater N.J. de Mooij en gedragsneuroloog N.J.M. Arts concluderen dat appellant op de datum in geding wel degelijk arbeidsbeperkingen had als gevolg van ziekte. Deze deskundigen baseerden hun oordeel op zorgvuldig onderzoek en uitgebreide medische informatie, inclusief rapporten van andere specialisten. De Raad vond geen reden om van deze eenduidige medische opinie af te wijken.
De Raad oordeelde dat het UWV-besluit berust op een ondeugdelijke medische grondslag en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV moet een nieuw besluit nemen waarin het de mate van arbeidsongeschiktheid op 22 mei 2001 opnieuw beoordeelt. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief kosten voor medische rapporten en reiskosten, en tot terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over de arbeidsongeschiktheid van appellant per 22 mei 2001.