ECLI:NL:CRVB:2007:BB1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging korting Ziektewet wegens legitimatieplicht
Betrokkene ontving een Ziektewetuitkering en werd opgeroepen voor een spreekuur bij de verzekeringsarts. Bij dit spreekuur toonde hij een verlopen paspoort en een geldig rijbewijs. Later stuurde hij een kopie van een nieuw paspoort, maar het UWV legde een korting van 10% op de uitkering op wegens vermeende te late legitimatie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het UWV. Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat alleen een geldig paspoort of identiteitskaart voldeed voor legitimatie, niet een rijbewijs.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat ook een geldig rijbewijs voldoet aan de legitimatieplicht volgens artikel 55, tweede lid, van de Wet SUWI. Omdat betrokkene een geldig rijbewijs had getoond, was de maatregel onterecht opgelegd. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank, herroept het besluit van het UWV en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De opgelegde korting wegens vermeende overtreding legitimatieplicht wordt vernietigd omdat een geldig rijbewijs volstaat voor identificatie.