ECLI:NL:CRVB:2007:BB1836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.F.M. Verhey
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder na het vermeende vertrek van haar echtgenoot naar Kenia. Na onderzoek door de gemeente Tilburg bleek dat de echtelijke samenleving niet duurzaam was verbroken, omdat de echtgenoot weer bij appellante woonde en ingeschreven stond op hetzelfde adres.
Het College beëindigde daarom de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2005 en vorderde de onterecht ontvangen uitkering terug. De rechtbank vernietigde het besluit wegens procedurele gronden, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde zich op het standpunt dat zij wel duurzaam gescheiden leefde.
De Raad oordeelt dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde, mede gelet op door haar zelf ingevulde formulieren en inschrijving van haar echtgenoot op hetzelfde adres. Bovendien heeft zij haar inlichtingenverplichting geschonden door het College niet te informeren over de hervatting van de samenwoning.
Het beleid van het College om bij schending van de inlichtingenverplichting bijstand in te trekken en terug te vorderen is redelijk en niet onaanvaardbaar. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode 1 april tot 27 juli 2005 en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde en haar inlichtingenverplichting schond.