ECLI:NL:CRVB:2007:BB1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voorheen fulltime projectmanager, viel in 1999 uit wegens pijnklachten en hervatte in 2000 gedeeltelijk haar werk. Naar aanleiding van een ziekmelding in januari 2003 met psychische klachten werd haar arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld. Het UWV herzag haar uitkering in 2004 in drie besluiten, culminerend in intrekking per juni 2004 wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Appellante stelde in hoger beroep dat de herkeuring te vroeg plaatsvond, dat de verzekeringsarts onvoldoende informatie had ingewonnen, en dat haar medicatiegebruik en beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat de herbeoordeling terecht was, gezien de ziekmelding en gedeeltelijke werkhervatting. De verzekeringsarts had een uitgebreid onderzoek verricht en beschikte over relevante medische gegevens.
De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen van appellante te betwijfelen, ook niet op basis van aanvullende medische stukken. De functies die voor haar werden aangeduid, zijn passend geacht. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 28 juni 2004 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.