ECLI:NL:CRVB:2007:BB1906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering door Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het besluit van het UWV bevestigde om per 24 maart 2003 een WAO-uitkering te weigeren. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond was en verwierp de grieven van appellant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en concludeert dat appellant geen nieuwe argumenten heeft ingebracht die afwijken van de eerdere beroepsgrondslagen. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor nader onderzoek of het inschakelen van een deskundige.
De Raad benadrukt dat er geen sprake is van zogenoemde niet matchende punten die de jurisprudentie kunnen beïnvloeden. Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en worden de grieven van appellant afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.